Lakvoorbereiding

Handleiding

Lakvoorbereiding vóór keramische coating

Instructies

Reflecting Excellence begint voordat eerste druppel coating coating wordt aangebracht. Het begint bij een goede voorbereiding.

  1. Doel van lakvoorbereiding: hechting op moleculair niveau

    De Nexus Omnicoat hecht zich aan de blanke lak via mechanische verankering en chemische binding. Voor maximale hechting moet het oppervlak volledig schoon en correct geprepareerd zijn. Hoe beter je ondergrond, hoe beter de performance van de coating

    Dit betekent:

    • Vrij van organische en anorganische vervuiling
    • Volledig vet- en siliconenvrij
    • Gecorrigeerd en vrij van oxidatie of defecten

    Elke achtergebleven vervuiling werkt als een scheidingslaag tussen lak en coating. Dit kan leiden tot verminderde hechting, ongelijkmatige uitharding en verkorte duurzaamheid. Een perfect oppervlak is geen voorkeur. Het is de basis voor langdurige bescherming

  2. Voorwas & Hoofdwas

    Een coating hecht alleen optimaal op volledig schone lak. De wasfase verwijdert oppervlaktevervuiling en voorkomt dat je defecten inwrijft tijdens contact.

    • Breng een pre-wash aan om loszittend vuil chemisch los te weken zonder mechanisch contact. Gebruik: Snow foam met pH-neutrale of licht tot matig alkalische reiniger. Hogedrukspoeling (minimaal ±100 bar). Citrus pre-cleaner bij zware vervuiling (indien nodig)

    • Behandel wielen en onderste delen afzonderlijk om kruisbesmetting te voorkomen. Controleer na het spoelen of het oppervlak visueel schoon oogt voordat je verder gaat.

      Een professionele pre-wash is vaak alkalisch. Dit helpt bij het oplossen van verkeersfilm en organische vervuiling.
  3. Hoofdwas

    Voer de contactwash gecontroleerd uit met de two-bucket methode en grit guards. Gebruik een microvezel washmitt en geen spons. Kies een pH-neutrale shampoo zonder wax- of polymeeradditieven.

    Shampoos met beschermende toevoegingen laten residu achter. Dat residu kan de chemische binding van de Nexus Omnicoat verstoren en extra ontvettingsstappen noodzakelijk maken.

    • Werk paneel voor paneel en altijd van boven naar beneden. Spoel de washmitt regelmatig uit in de spoelemmer voordat je opnieuw contact maakt met de lak.

    • Sluit af met een spoeling met gedemineraliseerd water om watervlekken te minimaliseren.

    • Gebruik aparte washmitts voor boven- en onderzijde. Splits zwaar vervuilde zones bewust af van schone delen.

      Als de contactwash nog veel vuil verwijdert, was de voorwas niet effectief genoeg.
  4. Chemische decontaminatie

    Na wassen blijft vaak ingebedde vervuiling aanwezig. Deze vervuiling is niet altijd zichtbaar, maar beïnvloedt wél de hechting van de Nexus Omnicoat.

    • Behandel het oppervlak met een ijzerverwijderaar om ferrometallische deeltjes zoals remstof en industriële fallout op te lossen.

    • Verwijder zichtbare teer-, asfalt- of bitumenresten met een geschikte teerverwijderaar. Niet elk voertuig heeft deze vervuiling. Inspecteer eerst.

    • Verwijder boomhars, insectenresten en andere organische vervuiling volledig vóór polijsten. Zuren in deze vervuiling kunnen lak etsen en blijvende markeringen veroorzaken.

  5. Mechanische decontaminatie

    Na chemische reiniging kunnen nog mechanisch verankerde deeltjes achterblijven. Deze zijn vaak niet zichtbaar, maar wél voelbaar. Mechanische decontaminatie verwijdert deze laatste verontreiniging vóór correctie.

    • Gebruik een clay bar of clay mitt met voldoende lubricant om resterende contaminatie veilig te verwijderen (alleen wanneer je gaat polijsten) Door lichte shear-frictie worden vastzittende deeltjes uit het lakoppervlak getrokken.

      Voel je na het wassen nog lichte ruwheid? Dan is claying waarschijnlijk nodig. Claying kan micro-marring veroorzaken. Polijsten is daarom altijd de vervolgstap vóór het aanbrengen van de Nexus Omnicoat.
  6. Lakinspectie

    Onze coating versterkt wat er al is. Inspectie bepaalt of het oppervlak klaar is om te Cavancen. Werk nooit op aannames. Werk op zicht.

    • Gebruik krachtige LED-verlichting met hoge kleurweergave (High CRI). Combineer dit indien mogelijk met verschillende kleurtemperaturen, bijvoorbeeld rond 3000K en 6000K. Verschillende lichtbronnen tonen verschillende defecten. Wat onder koel licht strak oogt, kan onder warmer licht alsnog zichtbaar worden.

    • Gebruik een lakdiktemeter bij oudere voertuigen, bij twijfel over spuitwerk of wanneer intensieve correctie nodig is. Meten geeft controle. Zeker bij panelen met afwijkende kleurtoon of structuur.

      OEM-lak ligt doorgaans tussen ongeveer 90 en 150 micron. Herspoten panelen kunnen daarboven zitten. Dat betekent niet automatisch dat er meer correctiemarge is. Het betekent dat je bewust moet werken. Stem de correctie-intensiteit altijd af op de beschikbare lakdikte. Corrigeer nooit agressiever dan verantwoord is.
  7. Polijsten

    De Nexus Omnicoat is volledig transparant. Hij maskeert geen defecten, maar versterkt ze juist. Een perfect gecorrigeerd oppervlak bepaalt de uiteindelijke glans, reflectie en diepte.

    • Begin met een testspot. Bepaal welke combinatie van pad en compound nodig is om defecten effectief te verwijderen zonder onnodig lakverlies. Gebruik een grovere compound en cutting pad om diepere swirls en RIDS te corrigeren. Werk gecontroleerd. Corrigeer niet meer dan nodig is. Elke correctie verwijdert lak. Controleer tussentijds onder inspectielicht. Temperatuur van het paneel moet beheersbaar blijven. Oververhitting veroorzaakt onnodige stress in de blanke lak.

      Meer cut betekent niet automatisch beter resultaat. Efficiënt corrigeren is gecontroleerd corrigeren.
    • Na correctie verfijn je het oppervlak met een fijnere polish en finishing pad. Hiermee verwijder je haze, micro-marring en eventuele hologrammen die tijdens de correctiefase zijn ontstaan. Werk met minimale druk en gecontroleerde passes. Doel is een volledig hologramvrij oppervlak met maximale reflectie. Controleer opnieuw onder meerdere lichtbronnen en, indien mogelijk, in natuurlijk daglicht.

    • Voor maximale optische helderheid kan een extra verfijningsstap worden uitgevoerd. Gebruik een ultra-fijne polish met een ultra-soft finishing pad. Werk op lage snelheid en met minimale druk. Deze stap verwijdert nauwelijks lak. Hij optimaliseert de microscopische oppervlaktestructuur en verhoogt optische diepte, vooral bij donkere lakken.

  8. Ontvetten

    Na polijsten is het oppervlak optisch perfect. Maar optisch schoon is niet hetzelfde als chemisch schoon.

    Polijstmiddelen laten oliën, fillers en soms siliconen achter. Deze moeten volledig worden verwijderd vóór het aanbrengen van de Nexus Omnicoat. Wat achterblijft, werkt als scheidingslaag. Ontvetten is daarom geen extra stap. Het is een vereiste.

    • Gebruik de meegeleverde Cavance Degreaser in combinatie met de Prep Cloth uit de kit. De Degreaser verwijdert polijstresidu grondig en gecontroleerd. Daarnaast maakt hij het oppervlak antistatisch. Dat vermindert de kans op stofinsluiting tijdens applicatie. Een antistatisch oppervlak geeft rust in je verwerking.

      De Prep Cloth mag vochtig zijn, maar niet druipen. Te veel product vertraagt verdamping en kan strepen veroorzaken.
    • Wanneer geen dedicated coating prep beschikbaar is, kan een IPA-oplossing van ongeveer 10–30% in gedemineraliseerd water worden gebruikt. Houd rekening met snelle verdamping en mogelijke residuvorming. Een te hoge concentratie kan de lak uitdrogen. Bovendien wordt het oppervlak mogelijk niet antistatisch gemaakt, wat de kans op stofdeeltjes vergroot.

      IPA ontvet, maar conditioneert het oppervlak niet. Controleer altijd visueel vóór je begint met Cavancen.
    • Werk paneel per paneel, van boven naar beneden Gebruik schone, korte pool microvezeldoeken. Werk in kruislingse beweging en neem direct af met een droge zijde van de doek. Laat het product nooit opdrogen zonder uitwrijven. Vervang doeken tijdig om kruisbesmetting te voorkomen.

      De lak moet “squeaky clean” aanvoelen. Glijdt de doek nog, dan zit er residu.
  9. Omgevingsfactoren

    Een perfecte voorbereiding verdient een gecontroleerde omgeving. Temperatuur, luchtvochtigheid en stofniveau bepalen hoe de Nexus Omnicoat zich gedraagt tijdens applicatie en uitharding.

    Beheers je omgeving, dan beheers je het resultaat.

    • Werk bij voorkeur tussen 17 en 25°C. In deze range verloopt de verwerking stabiel en gecontroleerd. Bij lage temperatuur vertraagt de uitharding. Bij hoge temperatuur verkort de flash time en neemt de kans op high spots toe. Controleer naast de luchttemperatuur ook de paneeltemperatuur. Donkere lak kan aanzienlijk warmer zijn dan de ruimte.

      Voelt het paneel warm aan, dan ís het vaak al te warm om optimaal gecontroleerd te werken.
    • Idealiter werk je bij een relatieve luchtvochtigheid tussen 40 en 100%. Binnen deze marge reageert de coating gecontroleerd. Hoge luchtvochtigheid kan de reactie versnellen. Dat verkort je verwerkingstijd en vraagt om kleinere werksecties. Zeer droge omstandigheden kunnen de initiële reactie juist vertragen.

      Snellere reactie betekent minder correctietijd. Pas je werktempo daarop aan.
    • Werk bij voorkeur in een gesloten ruimte met goede, gerichte verlichting. Vermijd open deuren, luchtstroming en ventilatoren die stof kunnen opwerpen. Controleer het oppervlak één laatste keer vóór applicatie. Gebruik indien nodig een schone, droge microvezel om los stof te verwijderen. Stofinsluiting onder coating is blijvend zichtbaar.

  10. Controlepunten vóór coating

    Voordat je de Nexus Omnicoat opent, controleer je het voertuig volledig. Dit is het moment waarop je bepaalt of het oppervlak écht klaar is om te Cavancen.

    • Inspecteer het volledige voertuig onder sterk inspectielicht. Controleer op swirls, hologrammen, haze of achtergebleven polijstsporen. Wat je nu ziet, blijft zichtbaar onder de coating.

    • Controleer of het oppervlak volledig ontvet is. Er mag geen olieachtig gevoel of visuele waas aanwezig zijn. De lak moet egaal en “schoon” ogen.

    • Controleer het oppervlak op losse stofdeeltjes of vezels. Verwijder deze voorzichtig zonder opnieuw residu aan te brengen.

    • Bevestig dat temperatuur en luchtvochtigheid binnen de aanbevolen range vallen en dat er geen luchtstroming aanwezig is.