Een keramische coating wordt vaak gezien als een harde beschermlaag op de lak.
Dat beeld is begrijpelijk. Maar technisch klopt het niet helemaal.
Een echte keramische coating of glascoating in automotive detailing is meestal een wipe-on/wipe-off product. Je brengt het product aan, laat het reageren of flashen en bufft daarna het overtollige product uit.
Wat achterblijft, is een extreem dunne functionele laag.
Dat is iets anders dan een dikke fysieke schildlaag.
Een keramische coating verandert lak niet in pantser. Hij verandert vooral de bovenste interactie van het oppervlak.
Wipe-on/wipe-off is geen dikke laklaag
Bij een wipe-on/wipe-off coating blijft niet de volledige natte laag op de lak liggen.
Het overschot wordt uitgebuft. Daarna blijft er een dunne laag achter die zich aan het oppervlak hecht en daar verder uithardt.
Dat is anders dan een apply-and-dry coating. Bij dat type product blijft de natte laag als film liggen en droogt die uit tot een zichtbare nieuwe laag. Dat staat veel dichter bij verf- of laksystemen.
Bij zo’n laag mag er geen stofje invallen en geen vlieg op landen, omdat dat direct in de drogende film terechtkomt.
Bij een wipe-on/wipe-off coating werkt dat anders. De overtollige vloeistof is al verwijderd. De laag die overblijft, is dunner, droger en zit op een heel andere schaal.
Denk in nanometers, niet in microns
Voor echte wipe-on/wipe-off coatings ligt de droge laagdikte eerder in tientallen tot enkele honderden nanometers dan in meerdere microns.
Een realistische orde van grootte is bijvoorbeeld 50 tot 150 nanometer droge laagdikte per applicatie.
Dat is geen universele vaste waarde. Het hangt af van chemie, vaste-stofgehalte, applicatie, uitharding en meetmethode.
Maar de schaal is belangrijker dan het precieze getal.
Ter vergelijking:
100 nanometer is 0,1 micron.
Een clearcoat van 40 micron is dan ongeveer 400 keer dikker dan zo’n coatinglaag.
De coatinglaag kan technisch waardevol zijn, maar hij zit op een totaal andere schaal dan de laklaag waarop hij ligt.
Waarom je dit niet met een gewone lakdiktemeter meet
Een gewone lakdiktemeter is hiervoor niet geschikt.
Zo’n meter is bedoeld om lakopbouw in microns te meten. Denk aan primer, basecoat, clearcoat en totale lakdikte.
Een wipe-on/wipe-off coating zit veel dichter bij nanoschaal.
Een laag van 100 nanometer is 0,1 micron. Dat zit ver onder het bereik waarin een standaard lakdiktemeter dit soort verschillen betrouwbaar kan onderscheiden.
Voor dit type laagdikte heb je andere meetmethodes nodig. Denk aan ellipsometrie, AFM, profilometrie met een meetbare stap, reflectometrie of andere technieken die dunne films kunnen beoordelen.
Daarom zijn harde laagdikteclaims zonder passende meetmethode technisch beperkt bruikbaar.
Waarom laagdikte belangrijk is bij hardheidstests
Dat schaalverschil is ook belangrijk bij kras- en indentatiemetingen.
In de literatuur over dunne films wordt vaak als vuistregel aangehouden dat de indrukdiepte bij indentatie ruim onder 10% van de filmdikte moet blijven om de invloed van de ondergrond te beperken.
Bij een coatinglaag van 100 nanometer betekent dat een indrukdiepte van ongeveer 10 nanometer.
Bij een coatinglaag van 50 nanometer praat je over ongeveer 5 nanometer.
Dat is extreem klein.
Zeker als je bedenkt dat vuil, stof of een zandkorrel al snel vele malen groter zijn dan zo’n schaal.
Dit betekent niet dat een coating niets doet.
Het laat vooral zien waarom een keiharde, maar extreem dunne coatinglaag op een veel dikkere laklaag niet als dikke fysieke schildlaag kan worden uitgelegd.
Dat is pantserpraat.
Waar de waarde van een dunne coatinglaag wél zit
Een dunne coatinglaag kan technisch zeer waardevol zijn.
Alleen zit die waarde niet in het idee van laagdikte of een harde schaal.
Bij keramische coatings gaat het vooral om eigenschappen zoals:
- hechting;
- netwerkvorming;
- uniformiteit;
- oppervlakte-energie;
- chemische resistentie;
- watergedrag;
- vuilafstoting;
- reinigbaarheid;
- minder grip aan het oppervlak.
Dat zijn eigenschappen die bepalen hoe het oppervlak zich gedraagt in de praktijk.
Hoe makkelijk vuil hecht.
Hoe water zich gedraagt.
Hoe eenvoudig de lak schoonkomt.
Hoeveel contact en druk onderhoud vraagt.
Daar zit de echte waarde.
Een coating hoeft geen dikke laag te zijn om bescherming toe te voegen. Zijn kracht zit in wat hij verandert aan het oppervlak.
Wat betekent dit voor autolak?
Een auto blijft een gelakt object.
De clearcoat blijft aanwezig. De laagopbouw blijft aanwezig. De mechanische grens van het laksysteem blijft aanwezig.
Een keramische coating neemt die ondergrond niet weg.
Hij maakt de lak niet ineens onafhankelijk van druk, vuil, wrijving of onderhoud.
Wat een coating wel kan doen, is de bovenste interactie verbeteren.
Hij kan vuil minder laten hechten. Water anders laten gedragen. Reiniging makkelijker maken. Chemische belasting helpen beperken. En het oppervlak beter laten functioneren binnen de grenzen van echte autolak.
Dat is geen kleine belofte.
Het is alleen een andere belofte dan: “je lak wordt een pantser”.
De Cavance-benadering
Bij Cavance vinden we het belangrijk om coatingprestaties eerlijk uit te leggen.
Niet groter dan ze zijn.
Maar ook niet kleiner.
Een keramische coating hoeft geen dikke pantserlaag te zijn om waardevol te zijn. De kracht zit niet in het vervangen van de clearcoat. De kracht zit in het verbeteren van het oppervlak waarmee vuil, water, chemie en onderhoud in contact komen.
Daarom kijken wij niet alleen naar harde claims over laagdikte of krasbestendigheid.
We kijken naar wat de coating doet op echte lak, in echt gebruik.
Conclusie
Een keramische wipe-on/wipe-off coating is geen pantserlaag.
De droge laag is extreem dun en zit eerder in nanometers dan in dikke microns. Dat maakt de coating niet minder relevant, maar het vraagt wel om een juiste uitleg.
De prestatie zit niet in het idee van een dikke harde schaal.
De prestatie zit in wat de laag doet: hechten, uitharden, vuil minder laten hechten, water anders laten gedragen, reinigen vergemakkelijken en het oppervlak beter laten functioneren binnen de grenzen van echte autolak.
Een goede coating verandert lak niet in pantser.
Hij verandert de bovenste interactie van het oppervlak.



