Swirls zijn niet hetzelfde als krassen

In de wereld van autolak wordt het woord “kras” te makkelijk gebruikt.

Dat klinkt misschien als een taalprobleem. Maar dat is het niet.

Het is een begripsprobleem.

Want zodra je alles een kras noemt, probeer je ook alles met dezelfde belofte op te lossen. Swirls, marring, waskrassen, diepe krassen en lakpenetratie belanden dan in dezelfde categorie.

Daarna moet één coatingclaim uitleggen waarom iets wel of niet beschermd is.

Dat werkt niet.

Een oppervlakkige markering is niet hetzelfde als echte lakschade.

Als je dat onderscheid niet maakt, kun je lakbescherming ook niet eerlijk uitleggen.

In onze eigen testen zien we bovendien iets interessants. Een hardcoat lijkt vooral sterker bij echte lakbeschadiging dan bij lichte markering. Markering blijft veel sterker afhankelijk van de onderliggende clearcoat. In dagelijks onderhoud zie je die lichte markeringen vaak eerder terug dan diepe lakschade.

Daar begint voor ons de nuance.

Niet elke zichtbare verstoring is dezelfde schade

Iedereen die ooit een zwarte auto in direct zonlicht heeft bekeken, kent het beeld.

  • Fijne cirkels.
  • Lichte waas.
  • Spinnenwebachtige lijnen.
  • Een oppervlak dat nog glanst, maar niet meer zuiver oogt.

Veel mensen noemen dat krassen. Begrijpelijk.

Je ziet lijnen. Je ziet verstoring. Je ziet iets wat er niet hoort te zijn.

Maar technisch is het belangrijk om preciezer te kijken.

Wat zie je nu echt?

Bij zichtbare verstoring in lak wil je weten:

  • Is het een oppervlakkige markering?
  • Is het marring?
  • Is er sprake van vervorming in de bovenste laag?
  • Is er materiaal verwijderd?
  • Is de clearcoat echt beschadigd?
  • Of is er sprake van lakpenetratie?

Dat zijn geen details.

Dat zijn verschillende vormen van schade. En verschillende schade vraagt om een andere uitleg.

Swirls zijn vaak markeringen

Swirls zijn meestal geen diepe krassen zoals ze vaak worden genoemd.

Ze ontstaan vaak door herhaald contact met de bovenste laag van het oppervlak. Denk aan:

  • wassen;
  • drogen;
  • stof;
  • doeken;
  • borstels;
  • vuildeeltjes;
  • kleine bewegingen die steeds opnieuw over dezelfde lak gaan.

Het resultaat is zichtbaar. Zeker op donkere lak. Maar dat betekent niet automatisch dat de lak diep beschadigd is. Daarom gebruiken wij liever preciezere woorden.

Markering versus echte kras

Marring
Een oppervlakkige markering of vervorming. Een zichtbare verstoring in de bovenste laag.

Echte kras
Lakpenetratie. Schade waarbij de laklaag daadwerkelijk wordt geraakt of doorbroken. Dat klinkt minder makkelijk dan alles “krassen” noemen. Maar het is wel eerlijker. En vooral relevant wanneer een klant vraagt of een coating tegen krassen beschermt.

Niet alles wat zichtbaar is, is automatisch diepe lakschade.

Een diepe kras is een ander probleem

Een diepe kras is iets anders dan een swirl.

Een echte kras kan ontstaan door een scherp voorwerp, harde vervuiling, een tak, een sleutel, zand onder druk of een ander contactmoment waarbij de belasting hoog genoeg is om door lagen heen te gaan.

Dan heb je het niet meer over een lichte verstoring aan het oppervlak. Dan heb je het over schade die dieper in het laksysteem zit.

Dat is een ander probleem.

En daar moet je eerlijk over zijn.

Wat een coating wél kan doen

Een coating kan bijdragen aan beter oppervlaksgedrag.

Bijvoorbeeld door:

  • vuil minder snel te laten hechten;
  • wassen makkelijker te maken;
  • het oppervlak gladder te maken;
  • lichte markering te helpen beperken bij goed onderhoud;
  • in bepaalde situaties extra weerstand te bieden tegen lakpenetratie.

Maar als de belasting groot genoeg is, blijft lak kwetsbaar.

Geen enkele coating maakt een auto onkwetsbaar.

Verschillende coatings, verschillende bescherming

In de coatingwereld worden veel termen door elkaar gebruikt.

Keramische coating.
Glascoating.
Hardcoat.
Lakbescherming.
Krasbestendige coating.

Bij Cavance maken we liever onderscheid tussen twee hoofdgroepen.

1. Prestatiecoatings

Prestatiecoatings worden vaak keramische coatings genoemd.

Ze hebben vooral een chemische functie. Denk aan eigenschappen zoals:

  • vuilafstoting;
  • watergedrag;
  • glans;
  • gladheid;
  • onderhoudsgemak.

2. Hardcoats

Hardcoats worden ook wel glascoatings genoemd.

Ze hebben vooral een fysieke functie. Ze worden gebruikt om het oppervlak sterker, vlakker en stabieler te maken als basis voor verdere bescherming.

In meerlaagse systemen wordt een hardcoat vaak als basis gebruikt onder een prestatiecoating. De hardcoat geeft sterkte en verfijnt de ondergrond. De prestatiecoating voegt daar eigenschappen aan toe zoals gladheid, vuilafstoting en onderhoudsgemak.

Juist die combinatie is interessant.

Niet omdat het een magische laag vormt.
Maar omdat verschillende lagen verschillende functies hebben.

Een goed coatingsysteem werkt niet omdat één laag alles doet. Het werkt omdat iedere laag een eigen rol heeft.

Waarom “krasbestendig” een gevaarlijk woord is

“Krasbestendig” klinkt duidelijk.

Maar voor ons is het te breed.

Voor de één betekent het: minder swirls na het wassen.
Voor de ander betekent het: geen schade door een tak langs de deur.
Voor weer iemand anders betekent het: bescherming tegen sleutels, zand of wasstraatborstels.

Dat zijn totaal verschillende verwachtingen.

Als je die allemaal onder hetzelfde woord laat vallen, ontstaat er vanzelf teleurstelling. Niet altijd omdat het product slecht is. Vaak omdat de belofte te grof is.

Daarom zijn wij voorzichtig met woorden als krasvast en krasbestendig.

Niet omdat een coating geen bijdrage kan leveren. Maar omdat die woorden bijna altijd meer suggereren dan je technisch netjes kunt uitleggen.

Wat je eerlijk kunt zeggen

Een coating kan:

  • schade helpen beperken;
  • oppervlaksgedrag verbeteren;
  • onderhoud makkelijker maken;
  • bepaalde vormen van belasting beter opvangen;
  • in specifieke situaties bijdragen aan meer weerstand tegen lakpenetratie.

Maar dat is iets anders dan beloven dat lak niet meer kan krassen.

Markering moet je anders beoordelen dan echte lakbeschadiging

Dit werd voor ons een belangrijk inzicht.

Als markering en echte krassen verschillende problemen zijn, moet je ze ook niet beoordelen alsof ze hetzelfde zijn.

Je wilt weten:

  • wanneer een oppervlak zichtbaar markeert;
  • wanneer er oppervlakkige verstoring ontstaat;
  • wanneer schade terug te polijsten is;
  • wanneer de clearcoat echt geraakt wordt;
  • wanneer er sprake is van lakpenetratie.

Dat vraagt om een andere manier van kijken.

Een test die alleen zegt of een bepaald potlood wel of geen spoor achterlaat, geeft daar niet genoeg antwoord op. Je hebt gecontroleerdere belasting nodig. Je moet kijken naar markering, falen en echte schade als aparte fenomenen.

Precies daarom willen wij verder kijken dan één hardheidscijfer.

Eén hardheidscijfer vertelt niet het hele verhaal van lakbescherming.

Goede bescherming begint bij eerlijke taal

Voor Cavance begint dit bij taal.

Niet omdat woorden belangrijker zijn dan producten. Maar omdat verkeerde woorden verkeerde verwachtingen maken.

Als we alles krassen noemen, gaan we ook doen alsof alles op dezelfde manier beschermd kan worden. Dan wordt “9H” of “krasbestendig” een verzamelbelofte voor schadevormen die technisch niet hetzelfde zijn.

De nuance die vaak ontbreekt

Swirls zijn niet hetzelfde als diepe krassen.
Markering is niet hetzelfde als lakpenetratie.
Minder zichtbaar worden is niet hetzelfde als niet ontstaan.
Minder snel beschadigen is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn.

Die nuance maakt het verhaal misschien minder makkelijk.

Maar ook veel sterker.

Want een goede coating hoeft geen onmogelijke belofte te doen om waardevol te zijn.

- Joost

Joost is binnen Cavance verantwoordelijk voor research & development. Met zijn technische achtergrond en nieuwsgierige blik jaagt hij dagelijks de zoektocht naar betere autoverzorging verder aan.

Meedenken met The Search?

Ben je zelf technisch onderlegd en wil je meedenken? Neem contact met ons op. We staan altijd open voor echte gesprekken met mensen die verder durven kijken.