Nexus Glassbase

Het technische fundament

Deze productblog sluit aan op de Cavance kennisblogs over hardheid, laagdikte, gladheid, markeerbaarheid, krasbelasting en testmethoden.

Die kennisblogs leggen de basis voor een andere manier van kijken naar coatings, vanuit het volledige systeem:

  • ondergrond
  • voorbereiding
  • laagdikte
  • hechting
  • gladheid
  • vuilgedrag
  • chemische resistentie
  • onderhoud

Daar hoort ook een nuchtere conclusie bij.

Hardheid vertelt niet het hele verhaal

Hardheid is bij ultradunne coatings geen sterke voorspeller voor lakbescherming. Een coating kan als losse laag hard zijn, terwijl die hardheid op autolak praktisch weinig toevoegt aan de weerstand tegen markeren of krassen. De laag is daarvoor te dun en de ondergrond speelt te snel mee.

Bij indentatie wordt vaak al vanaf ongeveer 10% van de laagdikte invloed van de ondergrond meegenomen. Bij een laag van 50 nanometer is 10% slechts 5 nanometer. Dat is veel kleiner dan de schaal waarop normale kras- en markeerbelasting in de praktijk plaatsvindt.

Daarom is Glassbase niet ontwikkeld als hardheidsverhaal.

De betere vraag is:

Wat heeft een prestatiecoating nodig om zo goed mogelijk te functioneren?

Waarom dan toch een Glassbase?

Binnen de Nexus-productfamilie heeft ieder product een duidelijke rol.

De Omnicoat is de breed inzetbare prestatiecoating. Die bepaalt in sterke mate het bovenste oppervlaksgedrag:

  • watergedrag
  • vuilhechting
  • reinigbaarheid
  • gladheid
  • chemische resistentie
  • onderhoudsgemak

Glassbase heeft een andere functie.

Glassbase is het technische fundament onder de Omnicoat en de Eoncoat. Een glasachtige basislaag die na een hoogwaardige voorbereiding het oppervlak verder verfijnt op nano-niveau.

Niet als dikke beschermlaag. Niet als krasvuller. Niet als nieuwe blanke lak.

De functie zit in de kwaliteit van het contactvlak waarop Omnicoat moet vloeien, hechten, uitharden en presteren.

Een goede prestatiecoating begint bij de laag eronder.

Van correctie naar verfijning

Lakcorrectie is eigenlijk gecontroleerde materiaalafname. Je poetst de kras niet weg, maar het materiaal daaromheen.

Een heavy cut verwijdert blanke lak rondom krassen en marring om het oppervlak optisch vlakker te maken. Daarna volgen fijnere stappen om het schadebeeld van de vorige stap te verfijnen.

Iedere stap brengt het oppervlak verder richting een strakkere finish.

De schaal waarop dit gebeurt is belangrijk.

Hoeveel lak verwijdert polijsten?

Een moderne blanke laklaag zit vaak rond 30 tot 50 micrometer.

Indicatief zit de materiaalafname bij verschillende correctiestappen rond:

  • Heavy cut: 3 tot 6 micrometer
  • Medium cut: 1,5 tot 4 micrometer
  • Fine polish: 0,5 tot 2 micrometer
  • Ultra-fine finish of jeweling: 0,1 tot 0,8 micrometer

1 micrometer is 1.000 nanometer.

Dat zijn feitelijk tot wel 800 nanometer diepe groeven die nog in de lak zitten na een ultra-fine polish stap.

Hoe dik is een wipe-on/wipe-off coating werkelijk?

Laagdikteclaims bij wipe-on/wipe-off coatings moeten nuchter worden bekeken.

De rekensom is eenvoudig:

  • 1 ml/m² = 1 micrometer natte laagdikte
  • Bij 3 ml/m² start je dus met maximaal 3 micrometer natte laag

Tijdens het uitbuffen verwijder je al snel een groot deel van die natte laag.

Als ongeveer twee derde wordt weggepoetst, blijft er nog circa 1 micrometer natte film over.

Als daarvan na droging en uitharding ongeveer 10% vaste laag overblijft, eindig je rond:

0,1 micrometer = 100 nanometer droge laagdikte.

Een claim van 1 tot 2 micrometer droog vraagt om een totaal andere opbouw, meerdere lagen of een helder meetrapport.

Zonder meetmethode is zo’n getal geen harde technische laagdikte, maar vooral een productspecificatie.

De laagdikte van Glassbase

Glassbase heeft een droge laagdikte van ongeveer 50–80 nanometer.

Dat is:

0,05–0,08 micrometer.

Daarmee zit Glassbase op een schaal waar je met klassieke lakcorrectie, zoals poetsen en polijsten, niet komt.

Na ultra-fine polishing begint een andere schaal

Een ultra-fine finish kan een lakoppervlak visueel ver brengen.

Swirls, haze en correctiesporen worden sterk gereduceerd. Het oppervlak oogt strak en de glans neemt zichtbaar toe.

Toch blijft het een mechanisch gepolijst lakoppervlak.

Na de laatste polijststap kan er nog reststructuur aanwezig zijn in de orde van tientallen tot honderden nanometers.

Dat is geen diepe schade meer. Het is de laatste oppervlaktetextuur die invloed kan hebben op:

  • reflectiescherpte
  • optische rust
  • het werkelijke contact met de volgende laag

Op deze schaal ligt de kracht van Glassbase.

Waarom 50 nanometer relevant kan zijn

Als de resterende nano-topografie bijvoorbeeld rond 150 nanometer piek-dal-effect ligt, dan zit een laag van 50 nanometer precies in een relevante orde van grootte.

Dat is geen claim dat ieder oppervlak exact 33% gladder wordt.

Het verklaart wel waarom een laag van 50 nanometer significante betekenis heeft na een ultra-fine finish.

Polijsten brengt de lak optisch op niveau. Glassbase maakt de basis functioneel consistent op een niveau waar je met polijsten niet komt.

Waarom gladder hier beter is

Bij verf, primer of plamuur kan ruwheid functioneel zijn.

Die systemen hebben laagdikte en body. Ze kunnen zich fysiek in een geschuurd oppervlak zetten. Verf hecht mechanisch.

Bij wipe-on/wipe-off coatings werkt dat anders.

Een dunne functionele coating moet de ondergrond:

  • goed raken
  • goed natten
  • gelijkmatig spreiden
  • gecontroleerd uitharden

Dit soort coatings hechten niet mechanisch, maar kleven chemisch.

Een op nano-niveau ruwe ondergrond kan juist leiden tot:

  • contact op toppen
  • minder contact in dalen
  • lokale laagdikteverschillen
  • een minder uniforme uitharding

De vergelijking met een sticker

De vergelijking met een sticker blijft bruikbaar.

Een sticker plakt beter op een schone glasplaat dan op een korrelige bakstenen muur.

De muur heeft misschien meer theoretisch oppervlak, maar de sticker maakt minder werkelijk contact. Er blijven toppen, dalen, holtes en onderbrekingen over.

Bij prestatiecoatings speelt hetzelfde principe op een veel kleinere schaal.

De Omnicoat en Eoncoat hebben geen ruwe lak nodig om goed te hechten. Ze hebben een zo schoon, vlak en uniform mogelijk contactvlak nodig.

Glassbase is ontwikkeld om dat contactvlak na polijsten verder te verbeteren.

De rol onder Omnicoat en Eoncoat

Glassbase moet niet als losse eindlaag worden gezien.

De waarde zit in het systeem.

De Omnicoat en Eoncoat zijn de lagen die het oppervlak zijn prestatiegedrag geven. Watergedrag, vuilhechting, reinigbaarheid, gladheid, chemische resistentie en onderhoudsgemak worden vooral aan de bovenzijde bepaald.

Glassbase ondersteunt die laag van onderaf.

Een prestatiecoating werkt beter wanneer de ondergrond klopt.

Een strakker contactvlak maakt het mogelijk dat de coating:

  • gelijkmatiger vloeit
  • beter contact maakt
  • consistenter uithardt

Dat is de technische rol van Glassbase.

Glassbase is de funderingslaag die het tweelaags systeem logischer maakt.

Wat Glassbase wel en niet doet

Glassbase vervangt geen lakcorrectie.

Zichtbare krassen, swirls, oxidatie, schuursporen en haze moeten vóór de coatingstap worden aangepakt.

Glassbase maakt lak niet krasvrij.

De hardheid van een laag van ongeveer 50 nanometer levert praktisch geen betekenisvolle bescherming tegen echte krasbelasting. Daarvoor is de laag te dun en speelt de blanke lak eronder te snel mee.

Glassbase is ook geen dikke blanke lak of apply-and-dry film.

Het is een wipe-on/wipe-off basislaag die op nano-niveau werkt.

Wat Glassbase wél doet

De functie is concreet:

  • Glassbase verfijnt het contactvlak.
  • Glassbase dempt de laatste nano-onrust na ultra-fine polishing.
  • Glassbase helpt het reflectiebeeld rustiger en scherper te maken.
  • Glassbase maakt de basis onder Omnicoat vlakker en consistenter.
  • Glassbase ondersteunt de hechting, vloei en uitharding van de prestatiecoating.

Dat is de reden van het product.

Voor welke behandeling is Glassbase bedoeld?

Glassbase past bij behandelingen waarbij de voorbereiding serieus wordt genomen.

Niet iedere behandeling vraagt om een tweelaags systeem.

Omnicoat kan als breed inzetbare prestatiecoating op zichzelf al een logische keuze zijn. Voor veel auto’s, klanten en toepassingen is dat voldoende.

Glassbase komt in beeld wanneer de detailer verder wil gaan in systeemopbouw die meer duurzaamheid en glans met zich meebrengt.

Bijvoorbeeld:

  • na een zorgvuldige lakcorrectie
  • na een ultra-fine finish
  • bij behandelingen waarbij een hogere optische afwerking gewenst is
  • wanneer een completer coatingsysteem gewenst is

Het product past binnen de wipe-on/wipe-off filosofie van Nexus.

De stap is technisch, maar blijft praktisch uitvoerbaar voor professionals.

Geen industriële applicatieomgeving. Geen gesloten systeem. Geen overbodige complexiteit.

Wel een betere basis onder de eindlaag.

Het technische fundament

Glassbase is ontwikkeld voor de stap na polijsten en vóór Omnicoat of Eoncoat.

Die plek in het proces is belangrijk.

Na polijsten is de lak optisch verfijnd. Na ontvetten is de lak chemisch voorbereid. Glassbase voegt daar een technische fundering aan toe op nano-niveau.

Met ongeveer 50 nanometer laagdikte werkt Glassbase in de zone waar de laatste nano-structuur, lichtverstrooiing en contactkwaliteit samenkomen.

Dat maakt hem niet vergelijkbaar met een heavy cut, fine polish of klassieke beschermlaag.

Glassbase hoort in de laatste fase van de voorbereiding: voorbij de microns, in de nanometers.

Omnicoat of Eoncoat bepalen daarna het bovenste gedrag van het oppervlak.

De rolverdeling binnen het systeem

Zo ontstaat de rolverdeling binnen het tweelaags systeem:

  1. Polijsten maakt de lak optisch strak.
  2. Glassbase maakt de basis technisch consistenter.
  3. Omnicoat of Eoncoat levert het prestatiegedrag aan het oppervlak.

Glassbase is daarmee het technische fundament.

Joost

Joost is binnen Cavance verantwoordelijk voor research & development. Met zijn technische achtergrond en nieuwsgierige blik jaagt hij dagelijks de zoektocht naar betere autoverzorging verder aan.