Opent in een nieuw tabblad

Nexus Preon

De laatste stap tussen polijsten en coaten

Na de laatste polijststap kan een lak er perfect schoon uitzien.

Onder inspectielicht zie je een strakke finish. De glans is helder en met een schone microvezeldoek voelt het oppervlak klaar voor de coating.

Maar op moleculair niveau kan er nog steeds een dunne laag vervuiling aanwezig zijn.

Polijstmiddelen bevatten stoffen die tijdens het corrigeren en finishen een functie hebben, zoals:

  • oliën
  • smeermiddelen
  • carriers
  • andere organische componenten

Een deel daarvan kan na het uitpoetsen als een extreem dunne film op de lak achterblijven.

Zulke oppervlakteverontreiniging hoeft met het blote oog niet zichtbaar te zijn.

Onderzoek naar coatinghechting laat zien dat zelfs zeer dunne organische contaminatie de eigenschappen van het grensvlak tussen ondergrond en nieuwe laag kan veranderen.

Daar zit de functie van Nexus Preon: het oppervlak voorbereiden op het moment dat er juist zo weinig mogelijk tussen de lak en de volgende coatinglaag hoort te zitten.

Ontvetten is meer dan snel verdampen

Een pre-coating cleaner moet meerdere soorten organische vervuiling kunnen opnemen en afvoeren.

Tegelijk moet de vloeistof lang genoeg aanwezig blijven om er met een doek mee te kunnen werken.

Daarna moet hij gecontroleerd uitdampen.

Dat vraagt om een uitgebalanceerde verdampingscurve.

Voor Preon hebben we daarom gewerkt met een afgestemd oplosmiddelenpakket in hoogzuiver water.

Verschillende delen van dat pakket hebben:

  • een ander oplossend vermogen
  • een andere vluchtigheid
  • een andere functie tijdens het reinigen

Daardoor ontstaat tijdens het werken eerst voldoende oploskracht, gevolgd door een gecontroleerde afbouw tijdens het afnemen en uitdampen.

Alles in de formule moet een functie hebben

De exacte receptuur houden we bewust bij ons.

De formulatiefilosofie is wel eenvoudig uit te leggen:

Ieder ingrediënt moet functioneel bijdragen aan reinigen, oplossen, transporteren of gecontroleerd verdampen.

Daaruit volgde ook een andere keuze.

Preon heeft geen:

  • parfum
  • kleurstof
  • glansmiddel

Niet omdat die ingrediënten per definitie verkeerd zijn.

Maar omdat we vlak vóór het aanbrengen van een coating zo weinig mogelijk willen toevoegen wat geen functie heeft in de oppervlaktevoorbereiding.

Waarom Preon geen kleurstof bevat

Een kleurstof lijkt een onschuldige toevoeging.

De concentratie kan bijzonder laag zijn en in een goed geformuleerd product levert dat meestal ook geen zichtbaar residu op.

Chemisch gebeurt er alleen iets interessants wanneer de vloeistof verdampt.

Veel vloeibare kleurstoffen zijn organische moleculen uit families zoals:

  • azo-kleurstoffen
  • triarylmethaankleurstoffen
  • xantheenkleurstoffen

Om ze goed oplosbaar te maken, worden sommige uitgevoerd als ionische zouten.

Brilliant Blue FCF is daar een goed voorbeeld van. Het molecuul is een organisch disodiumzout, is goed wateroplosbaar en heeft geen normaal kookpunt waarbij het simpelweg samen met een reiniger verdampt.

Wat kan er achterblijven?

Wanneer een reiniger met zo’n kleurstof op een paneel opdroogt, kunnen afhankelijk van de gebruikte kleurstof verschillende bestanddelen achterblijven:

  • organische kleurstofmoleculen
  • tegenionen, zoals natriumionen
  • microscopische pigmentdeeltjes
  • dispergeermiddelen
  • solubilisatoren
  • hulpstoffen uit het gebruikte kleurconcentraat

Een deel verdwijnt bij correct uitpoetsen uiteraard gewoon in de doek.

Maar het relevante chemische punt is dat de kleurstof zelf vaak geen vluchtige component is.

Wat niet door de doek wordt opgenomen, moet dus ergens blijven wanneer water en oplosmiddelen verdwijnen.

Voor een shampoo kan dat volkomen acceptabel zijn.

Voor de laatste reinigingsstap vóór een coating zien wij geen reden om die extra stof überhaupt aan het oppervlak toe te voegen.

Parfum is chemisch complexer dan ‘een geurtje’

Bij parfum wordt dat vraagstuk nog uitgebreider.

Een parfum is zelden één vluchtige geurstof.

Een commerciële geurcompositie kan tientallen geurcomponenten bevatten en daarnaast verschillende functionele hulpstoffen gebruiken.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • oplosmiddelen
  • verdunners
  • antioxidanten
  • conserveermiddelen
  • pigmenten
  • weekmakers
  • surfactants
  • UV-absorbers
  • buffers

Ook de vluchtigheid van geurstoffen loopt enorm uiteen.

Limonene, een veel voorkomende citrusachtige geurstof, kookt rond 178 °C.

Linalool zit rond 198 °C.

Andere stoffen blijven nog veel langer aanwezig.

Benzylbenzoaat heeft bijvoorbeeld een kookpunt boven 320 °C en een zeer lage dampdruk bij kamertemperatuur.

Ook mogelijke dragers zoals dipropyleenglycol en triethylcitraat zijn aanzienlijk minder vluchtig dan de snelle oplosmiddelen die je normaal met een panel prep associeert.

Wat kan er na verdamping achterblijven?

In een geparfumeerde reiniger kunnen na de snelle verdampingsfase bijvoorbeeld nog aanwezig zijn:

  • terpenen
  • geur-alcoholen
  • esters
  • zwaardere aromatische moleculen
  • fixatieven
  • carriers
  • antioxidanten
  • solubilisatoren
  • andere functionele bestanddelen

Sommige verdwijnen uiteindelijk alsnog door verdamping.

Andere gaan veel langzamer.

Een gedeelte kan tijdens het nawrijven worden verwijderd en een zeer kleine fractie kan als organische film op het oppervlak achterblijven.

Voor een normaal reinigingsproduct hoeft dat geen probleem te zijn.

Maar vlak vóór een coating kijken we daar anders naar.

Wat zo’n microscopische film met een coating kan doen

Hier wordt oppervlaktechemie belangrijk.

Een vloeibare coating moet eerst over de ondergrond kunnen wetten.

De vloeistof moet zich gecontroleerd over het oppervlak verspreiden en voldoende direct contact maken.

Dat gedrag hangt onder andere samen met:

  • de oppervlaktespanning van de vloeistof
  • de oppervlakte-energie van de ondergrond
  • de chemische toestand van het contactvlak

Diezelfde oppervlakte-eigenschappen spelen vervolgens een rol bij de uiteindelijke hechting.

Een organische restfilm verandert dat grensvlak.

De coating komt dan lokaal niet rechtstreeks op dezelfde ondergrond terecht, maar op een oppervlak waarvan de chemische samenstelling gedeeltelijk is gewijzigd door achtergebleven moleculen.

Dat kan verschillende gevolgen hebben

De oppervlakte-energie kan lokaal veranderen.

Daardoor kan de coating:

  • anders vloeien
  • anders uitspreiden
  • minder homogeen contact maken
  • lokaal anders levelen
  • anders uitharden

Een niet-vluchtige organische film kan daarnaast fungeren als een tussenlaag.

Bij coatingsystemen waarbij adhesie of chemische interactie met de ondergrond belangrijk is, wil je zo min mogelijk onbekend materiaal precies op dat grensvlak hebben.

Hoe minder onbekende chemie tussen de lak en de coating zit, hoe beter controleerbaar het contactvlak wordt.

In de praktijk hoeft een probleem niet spectaculair te zijn

Oppervlaktecontaminatie kan tot verlies van hechting en delaminatie leiden.

Hoe groot dat effect is, hangt sterk af van:

  • de contaminant
  • de ondergrond
  • de hoeveelheid vervuiling
  • de gebruikte coatingchemie

In de detailingpraktijk hoeft zo’n effect bovendien niet spectaculair te beginnen.

Het kan veel subtieler zichtbaar worden.

Bijvoorbeeld als:

  • een gedeelte anders wet
  • plaatselijke strepen ontstaan tijdens applicatie
  • verschil in leveling zichtbaar wordt
  • watergedrag tussen twee zones afwijkt
  • een bepaald gedeelte eerder terugloopt in prestatie

Daarom stellen we bij ieder ingrediënt dezelfde vraag:

Wat voegt het toe aan de oppervlaktevoorbereiding?

Voor parfum is ons antwoord eenvoudig:

niets.

Waarom ook het water telt

Water lijkt misschien het meest vanzelfsprekende ingrediënt in een oppervlaktevoorbereider.

Maar juist hier kan de kwaliteit behoorlijk verschillen.

Demineraliseren betekent in de basis dat geladen deeltjes uit het water worden verwijderd.

Denk aan ionen zoals:

  • calcium
  • magnesium
  • natrium
  • chloride

Dat zegt op zichzelf nog weinig over andere verontreinigingen.

Bij eenvoudige ionenwisseling kunnen bijvoorbeeld nog aanwezig blijven:

  • niet-ionische organische moleculen
  • zeer fijne deeltjes
  • colloïden
  • micro-organismen
  • bacteriële restproducten

Ook kunnen gebruikte ionenwisselaarharsen zelf kleine hoeveelheden organisch materiaal of deeltjes afgeven.

Daarom gebruikt Preon hoogzuiver, gedestilleerd water

Hoogwaardige demineralisatiesystemen kunnen verschillende technieken combineren, zoals:

  • ionenwisseling
  • omgekeerde osmose
  • koolfiltratie
  • UV-behandeling
  • microfiltratie

Maar het woord gedemineraliseerd alleen garandeert dat niet.

Voor Preon hebben we daarom bewust voor hoogzuiver, gedestilleerd water gekozen.

Bij destillatie wordt water verdampt en opnieuw gecondenseerd.

Daarbij blijft een breed spectrum aan:

  • mineralen
  • zouten
  • deeltjes
  • microbiologische vervuiling

achter in het kookvat.

Ook destillatie maakt water overigens niet theoretisch perfect.

Bepaalde vluchtige organische stoffen kunnen meekomen en slecht opgeslagen water kan opnieuw vervuild raken.

Maar voor ons telt vooral wat er gebeurt wanneer Preon weer van de lak verdwijnt.

Water verdampt. Niet-vluchtige vervuiling doet dat niet.

Eventuele silica, deeltjes, organische droogrest of andere opgeloste verontreinigingen worden tijdens het uitdampen juist geconcentreerd in het laatste restje vloeistof.

Uiteindelijk kunnen die op het oppervlak terechtkomen.

Vlak vóór het aanbrengen van een coating zien we geen reden om zo’n onbekende restfractie mee te introduceren.

Water is geen goedkope vulstof

Daarmee is ook het water in Preon geen goedkope vulstof.

Het is een bewust gekozen grondstof in de oppervlaktevoorbereiding.

De gedachte is steeds hetzelfde:

Wat achterblijft nadat het product verdampt, moet zo voorspelbaar en beperkt mogelijk zijn.

Alles wat erin zit, moet tijdens het werk iets doen

Dat uitgangspunt heeft Preon uiteindelijk gemaakt.

Geen kleurstof om het product herkenbaarder te maken.

Geen parfum om tijdens gebruik een bepaalde geurbeleving te creëren.

Geen glansmiddel om de lak na het afnemen tijdelijk mooier te laten ogen.

De prestatie zit in de reiniging zelf.

Preon gebruikt een afgestemd oplosmiddelenpakket om verschillende soorten organische vervuiling aan te pakken, met een verdampingstempo waarmee een detailer daadwerkelijk kan werken.

Het waterdeel wordt gekozen vanuit dezelfde gedachte:

voldoende zuiver om onnodige niet-vluchtige belasting vanuit de formulering zo klein mogelijk te houden.

Nexus Preon

Preon zit precies op het moment waarop de voorbereiding moet overgaan in coatingapplicatie.

Na het polijsten.

Vóór Glassbase, Omnicoat of Specter.

Niet om nog iets aan de finish toe te voegen.

Maar om weg te nemen wat daar niet meer hoort te zitten.

Geen geur voor de beleving.

Geen kleur voor de herkenbaarheid.

Geen glansmiddel voor een tijdelijk mooier resultaat.

Alleen ingrediënten die tijdens de oppervlaktevoorbereiding een functie hebben.

Een oppervlaktevoorbereider hoeft niets aan de lak toe te voegen. Hij moet meenemen wat er vóór de coating niet meer hoort te liggen.

Dat is Nexus Preon.

Allard Reisiger

Allard is binnen Cavance betrokken bij de ontwikkeling van het merk, de productlijn en de inhoudelijke koers. Met zijn scherpe blik vertaalt hij technische inzichten en praktijkervaringen naar heldere verhalen over autocoating, lakbescherming en eerlijke productclaims.